Nieuws

Verhalen die Verbinden: “Vertrouwen groeit als je blijft, Margaret over werken in de crisisopvang”

Naar overzicht

De crisisgroep De Meibeek is nu ruim een maand open. Tijd om stil te staan bij wat deze plek betekent voor jongeren, ouders en professionals. We spreken met Margaret, een van de vaste begeleiders, over wat crisiswerk in de praktijk vraagt, wat veiligheid echt betekent en hoe je in korte tijd toch nabij kunt zijn.

Wat is jou de afgelopen weken het meest bijgebleven op de Meibeek?

Een meisje dat binnenkwam en echt niks zei. Ze keek je niet aan, maakte geen oogcontact, zei gewoon ….. niks. En nu zitten we op week twee. Nu praat ze wat meer. Ze komt naar je toe. Ze maakt contact.

Dan zie je dat vertrouwen ontstaat. En daar word ik persoonlijk heel blij van. Dan denk ik: we doen ons werk toch ergens goed, want iemand voelt zich hier blijkbaar veilig genoeg om zich open te stellen.

Wat is voor jou de kern van werken op een crisisgroep?

Rust en veiligheid. We hebben met elkaar afgesproken: duidelijkheid bieden, structuur, kaders strak houden. Dat is precies wat we hier willen zijn: een plek waar een kind eerst veilig mag worden voordat er weer van alles van hem verwacht wordt

Kinderen zitten hier voor crisis. Stabiliseren. Rust geven. Dat is eigenlijk de main priority.”

We observeren heel veel: wat speelt hier, wat heeft dit kind nodig hierna? Terug naar huis, naar netwerk, of naar een andere plek.

Je weet dat kinderen hier maar kort zijn. Wat doet dat met jou?

Eigenlijk niks in mijn manier van begeleiden. Ik ben wie ik ben. Of je nou crisis zit of regulier, ik begeleid op dezelfde manier.

Je probeert elk kind een veilige en stabiele basis te geven. Het maakt mij niet uit of iemand hier twee dagen, een week of twee maanden zit. Het is niet zo van: “je zit er maar eventjes, dus ik hoef niet zoveel met jou.”

Zo werkt het niet.

Wat mogen ouders van jou verwachten als hun kind hier is?

Dat we ze meenemen. Dat we ze niet loslaten. We hebben veel contact met ouders of gezaghebbenden. Gewoon: hoe was de dag, wat hebben we gezien, wat ging goed, wat was lastig?

Voorspelbaarheid is heel belangrijk. Niet alleen voor kinderen, maar ook voor ouders. Voor hun is dit ook een hele onzekere, spannende tijd. We zeggen ook altijd:als er iets is, bel of app gerust. Ouders, opa’s en oma’s, broertjes, zusjes… ze mogen langskomen.

“We houden het netwerk dichtbij, want een kind staat nooit los van zijn systeem.”

Hoe kijk jij naar boosheid en grenzen?

Een kind mag boos zijn, binnen kaders. Je hoeft niet een hele groep te slopen. We keuren gedrag af, niet het kind.

“Je mag boos zijn. Maar je sloopt hier niet de boel.”

Elke dag is een nieuwe ronde, nieuwe kansen. Je bent er als het goed gaat en je bent er als het niet goed gaat. Dat maakt je voorspelbaar. En dat geeft veiligheid.

Je ziet soms zwaar gedrag. Hoe ga je daarmee om?

Veiligheid staat altijd voorop. Voor het kind zelf, voor de anderen, voor ons.

We hebben ook een jongen gehad bij wie het gewoon niet ging. Die bracht zóveel onveiligheid met zich mee, voor zichzelf, voor de andere jongeren en voor ons als team, dat we de veiligheid niet meer konden waarborgen. Dan moet je eerlijk zijn. Dit is niet meer verantwoord. Deze jongen heeft een andere setting nodig.

Dat is geen afwijzing van een kind, maar erkennen dat deze plek op dat moment niet passend is. Je zet niemand op straat, maar je trekt wel aan de bel en zegt: dit vraagt om een andere vorm van zorg. Want veiligheid gaat altijd voor.

Wat zegt dat meisje van net over jullie werk?

Dat vertrouwen groeit als je blijft. Als je doet wat je zegt. Als je iemand niet loslaat, ook niet als die dicht zit. Van geen oogcontact en geen woorden naar toch langzaam openen…

Dan denk ik: dit is waarom we hier zitten.

En lukt dat meestal, die rust brengen?

Ja, eigenlijk wel. In de meeste gevallen zie je dat die rust ook echt ontstaat. Als een kind eenmaal veilig is, als het weet: hier zijn duidelijke kaders, hier is voorspelbaarheid, hier laten ze me niet los… dan zakt die spanning vaak.

Dan kun je weer in gesprek. Over wat iemand wil. Over dromen. Over wat je later zou willen doen. Over waar je goed in bent.

Niet meteen groots, hoor. Soms heel klein. Maar je ziet het gebeuren. Een meisje dat eerst dicht zat, geen oogcontact, geen woorden… en die dan langzaam durft te openen.

“Je kan het wel. Probeer het maar. Ik help je. Komt goed.”

En dan lukt er iets. En daarna nog iets. Elke kleine succeservaring geeft weer vertrouwen. En vertrouwen geeft perspectief. Waarom dat werkt? Omdat beginnen bij: “Wat wil jij? Wat kan jij? Wat is voor jou nu helpend?”

En van daaruit kijk je samen verder.

Wat zou je ouders en plaatsers willen meegeven?

Dat hun kind hier veilig is. Dat we kijken naar wie iemand is, niet alleen naar het dossier. Dat we stabiliseren, begrenzen, nabij zijn. En dat we altijd samen met ouders en netwerk kijken: wat is nu helpend? En wat is daarna het beste perspectief?

En wat zegt dit werk over jou?

Dat ik een groot zorghart heb. Dat ik voorspelbaar wil zijn. Dat ik er ben als het goed gaat en ook als het niet goed gaat. Ik ben geen robot. Ik ben ook een mens. Maar wel een mens die blijft staan.