Nieuws

Verhalen die Verbinden: “Als kinderen al naar me toe rennen als ik eraan kom, dan weet ik: dit is het.”

Naar overzicht

 

Op de Esch, een kleinschalige behandelgroep van D3 voor jongeren van 10 tot 14 jaar, werkt Celil elke dag midden in het leven van de groep. Met een achtergrond in de gesloten jeugdzorg weet hij hoe belangrijk duidelijkheid en veiligheid zijn, maar juist in deze open setting laat hij zien hoe krachtig het gewone leven kan zijn. In contact, in spel, in kleine momenten waarin jongeren stap voor stap groeien.

Hoe zouden jongeren jou omschrijven?

Geef mij 60 kinderen en ze hebben plezier. Maar zet mij niet achter een laptop voor een dossier. (lacht)

“Ze weten dat ik streng ben.

Maar ze weten ook precies hoeveel ruimte ze bij mij krijgen.”

Als we afspreken dat we om acht uur gaan douchen, dan gaan we om acht uur douchen.

Wat ze daarvoor doen, maakt me niet uit. Het zijn kinderen, laat ze lekker kind zijn. Maar die duidelijkheid moet er wel zijn.

Duidelijkheid geeft rust. Dat hebben ze nodig.

Wanneer is een dag voor jou geslaagd?

Ik heb eigenlijk elke dag wel een goede dag op het werk.

“Als kinderen met een goed gevoel naar bed gaan, dan is mijn dag geslaagd.”

Zoals met die barbecue. Aan het einde van de dag zie je iedereen moe op de bank zitten. Dan weet ik: ze hebben plezier gehad, alle energie is eruit. Dat is goed.

Hoe ontstond het idee van die barbecue?

Dat kwam vanuit collega’s van de groep naast ons. Uiteindelijk hebben we het met het hele team opgepakt.

Maar het belangrijkste is: we hebben het samen gedaan. Met de kinderen. Ze hielpen met alles. Vlees omdraaien, voorbereiden… en tussendoor gewoon voetballen.

Op een gegeven moment stonden we met z’n allen te voetballen tot de kolen klaar waren. Dan ben je gewoon samen bezig.

Wat zag je gebeuren bij de kinderen?

Vreugde. Plezier. Geen spanning. Gewoon plezier en samenwerken.

En vooral dat thuisgevoel. Dat ze samen iets doen zoals dat thuis ook zou kunnen.

“Eigenlijk was het gewoon een normale dag. Zoals het hoort te zijn voor een kind.”

Is dat waar het volgens jou om draait in dit werk?

Voor mij begint het bij oprecht zien wie iemand is. Ik wil weten wie die jongen is. Niet alleen wat hij doet. Gedrag zegt niet alles. Er zit altijd iets achter.

“Ieder kind heeft iets waardevols in zich, ook als je het niet meteen ziet.”

De echte verandering zit niet in grote dingen. Het zit in kleine momenten. Daar bouw je vertrouwen op.

Wanneer voel jij dat vertrouwen echt?

Als ik de parkeerplaats op kom en ze zien mijn auto, en ze beginnen al naar me toe te rennen… (glimlacht) Dan weet ik: dit is het. Dan voel je gewoon: hier doe ik het voor.

Wat betekent voor jou: ‘Jouw droom. Ons vertrekpunt’?

Dat wij niet bepalen wat belangrijk is voor een jongere. Wij moeten luisteren.

“Soms moet je je eigen ideeën loslaten en gewoon luisteren.”

Als een jongere voelt dat zijn droom er mag zijn, dan gebeurt er iets. Die droom vertaal je naar kleine dingen van vandaag. Anders blijft het een mooi verhaal, maar gebeurt er niks.

Laatst had ik een jongere mee naar huis genomen. En die zei: wat woon jij mooi.

Dat pak ik dan meteen. Dan zeg ik: dit kan ook jouw toekomst zijn. Als je stappen zet.

Naar school gaat, diploma’s haalt.

Hoe klein het ook begint, er is altijd ruimte om te groeien.

Welke rol speelt een dossier daarin voor jou?

Ik ken de context, maar laat die niet leidend zijn.

Door een dossier te lezen leer je iemand niet echt kennen. Je krijgt een beeld, krijgt eenb beeld van risico’s, maar niet van wie iemand is. Dat leer je alleen door tijd met iemand door te brengen. (lacht) Dat hoor je van de jongere zelf, niet van het papier. Niet het dossier is leidend, maar de relatie. Zelf contact maken, zelf ontdekken wat er speelt, daar begint het voor mij.

“Er zit altijd iets achter gedrag. En dat ontdek je alleen in contact.”

Hoe werk jij aan ontwikkeling met jongeren?

Door het klein te maken.

“Grote dingen moet je klein maken. Anders kunnen ze er niks mee.”

Wat ging er mis? Wat kan anders? Bijvoorbeeld als iemand moeite heeft met oneerlijkheid, dan ga je dat samen uitpluizen en spiegelen. Als iemand zegt: ik wil minder snel boos worden, dan ga je kijken: waar gebeurt dat vandaag? Bij een spelletje. Bij een ‘nee’. In contact met anderen.

Dáár zit het oefenen. Elke dag opnieuw. Elke dag is een leermoment. Voor hen, maar ook voor mij.

Zie jij het dagelijks leven als een vorm van behandeling?

Ja, eigenlijk wel. Voor die kinderen ben ik soms gewoon de vader van de groep.

Een vader wordt ook boos, maar speelt ook, stoeit ook, voetbalt ook. Als zij dat nodig hebben, dan geef ik dat. Dat is ook behandeling, op mijn manier.

Behandeling zit voor mij niet alleen in gesprekken. Het zit in samen doen en wat daarin en daarna gebeurt. In hoe je reageert als iemand boos wordt. In hoe je samen iets oplost. In hoe vaak je het opnieuw oefent.

Gewoon elke dag weer.

Wanneer is er meer nodig dan dat dagelijkse leven?

Soms merk je dat het niet genoeg is. Dat een jongere ergens echt vastloopt. Dan is het tijd om een stapje verder te gaan.

We werken bijvoorbeeld samen met Lobke, die therapieën en behandelingen geeft. Daar kunnen jongeren hun verhaal kwijt op een andere manier. En we werken samen met partijen zoals Karakter. Dan pak je het samen op. Wij in het dagelijks leven, en zij op een meer specialistisch niveau.

Sommige jongeren zijn er echt aan toe om dingen grondig aan te pakken, te verwerken. Dan moet je die stap ook durven zetten.  Maar het blijft altijd verbonden met het dagelijks leven. Wat daar besproken wordt, zie je hier weer terug in hoe iemand zich ontwikkelt.

Hoe vieren jullie dat jongeren stappen maken?

We werken met een beloningssysteem. Ze kunnen punten verdienen met dagelijkse dingen. En als ze hun doelen halen, doen we iets leuks. Het hoeft niet groot te zijn. Soms is een ijsje al genoeg.

Maar ze zien wel: wat ik doe, doet ertoe.

Welke rol speelt onderwijs volgens jou?

Een hele belangrijke rol. Onderwijs geeft structuur. Zonder structuur gebeurt er niks.

Als je geen daginvulling hebt, lig je op je kamer met je telefoon. Dan kom je nergens.

School is echt de basis.

Als iemand een dag met jou meeloopt, wat ziet diegene dan?

Heel veel plezier. (lacht) Kinderen springen op mijn rug, proberen me om te trekken, gewoon om te spelen. Maar ze zien ook duidelijkheid. We spreken iets af, en dat doen we.

Wat betekent dit werk voor jou persoonlijk?

Voor mij betekent dit werk dat ik mijn jeugd terug heb gevonden.

“Ik doe alles wat ik vroeger deed, nu weer met die kinderen.”

Voetballen met de grote jongens. Lachen. Barbecueën. Het zijn allemaal van die déjà vu’s. Gewoon mooie dingen.

Wat doe je als een jongere het echt moeilijk heeft?

Soms is het spannend, bijvoorbeeld als een jongere zegt ‘ik wil mijzelf vermoorden’, of wegloopt. Dan blijf ik. Ik loop mee. Ik blijf nabij. Ik geef een knuffel als dat nodig is.

En als het echt onveilig wordt, dan doe ik wat nodig is. Want veiligheid gaat altijd voor. Dat zouden de ouders of de jeugdbeschermer ook willen.

Tot slot: wanneer weet jij dat je op de juiste plek zit?

Als kinderen al naar me toe rennen als ik eraan kom… (glimlacht) Dan weet ik: dit is het.

Dan weet ik dat ik op de juiste plek zit.